6 mrt. 2008

Verwilderd: waar ging het ook al weer over?

Vandaag zet de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding het dreigingsniveau van beperkt naar substantieel. Niet alleen de anti-koranfilm van Geert Wilders speelt een rol, maar ook het verlengen van de missie in Uruzgan. En dat maakte me aan het denken, waarover dit nu nog eigenlijk allemaal gaat.

Heel erg in het begin kon ik nog begrijpen waar de discussie over ging. Gerichte dreiging van fundamentalisten, na aanslagen in de wereld, en moordaanslagen op Nederlanders zette het integratiedebat op scherp. Internationale solidariteit en wereldorde voldeden niet meer, een nieuwe visie op de wereldvrede moest uitgevonden worden.
Men moest in eigen land, gewild of niet, praten over wat er speelde in onze samenleving en die nieuwe wereld. Wat was er nu eigenlijk aan de hand? Politiek en burgerij moesten een oplossing bedenken voor een nieuwe bedrijging van veiligheid, samenleven en democratie in ons land.

Die vraag leeft bij mij nog steeds, maar niet meer bij de hoofdrolspelers in het debat. Die discussie gaat nu helemaal niet meer over wat samenleven in Nederland betekent. Het gaat over films, zogenaamd verderfelijke godsdiensten, ongewenste groepen, harde aanpak criminaliteit, handen schudden, boerkini's en politieke concurrentie tussen extremen in de Kamer.

Het zijn symptomen, symbolen, bijzaken, stigma's, dogma's, holle frasen, generalisaties, welles-nietes discussies. Wat een oorspronkelijk en wenselijke discussie was, is geterroriseerd door politieke realisten en verloren door de progressieve idealisten.
Het is een gemankeerde debat dat over gevolgen van de nieuwe realiteit gaat en niet over de bron of de oplossing voor oorspronkelijke dilemma's.

Door eigen Nederlandse inbreng, namelijk een nederlandse politicus de heer Wilders, door een eigen blik op onze rol de conflictueuze wereldpolitiek, de militaire strijd in Afghanistan, bereikt ons een dreiging, begrepen door een nationale terrorisme coordinator. Een dreiging die wellicht niet geboren is op onze eigen bodem, maar die we zelf lijken uit te nodigen.
Ik voel dreiging, niet door fundementalisme, of mijn collega's of buurtbewoners, maar van onze eigen politici die mijn debat niet meer voeren.

Geen opmerkingen: