24 jun. 2008

Samen wonen, leven, werken, leren, ontspannen, buiten zijn


Ik las kort de berichtjes over het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut en het Willem Pompe Instituut van de universiteit Utrecht dat crimineel gedrag bij kinderen voor een deel bepaald wordt door de slechte kwaliteit van de buurt waarin ze wonen. Ook de gezinssituatie, schooluitval en de vriendengroep waarmee ze omgaan, spelen een grote rol. Etniciteit speelt volgens de onderzoekers een veel minder grote rol. Allochtone jongeren gaan weliswaar vaker het criminele pad op dan Nederlandse leeftijdsgenoten, maar dat komt volgens het instituut doordat etnische groepen vaak in de slechtste buurten wonen waar veel werkloosheid heerst.

De onderzoekers doen een aantal aanbevelingen:

De overheid moet:
  • Zo mogelijk voor zorgen dat er in probleemwijken een gemengde populatie ontstaat,
  • met minder werkloosheid,
  • minder uitkeringsafhankelijkheid
  • en een levendig midden- en kleinbedrijf.
  • Strenger controleren op de leerplicht en
  • alcoholmisbruik voorkomen.

Ziet u hier iets staan over camera's en preventief fouilleren? Het gaat meer over goed voorbeeld doet goed volgen. En je richten op de ontwikkelkansen van de jeugd. Tjonge, het klinkt wel als een GroenLinks verkiezingsprogramma.

1 opmerking:

inti zei

What I don't follow is this logica:

1) Criminality in allos happen because they are in socio-economical depressed circumstances, not by ethnicity

2) The conclusion is that mixed wijken (in regard ethnicity, I guess) are desirable

Dutch research actually shows that mized neighborhoods are bad for allos... check this:

http://ajp.psychiatryonline.org/cgi/content/abstract/appi.ajp.2007.07030423v1

Ethnic Density of Neighborhoods and Incidence of Psychotic Disorders Among Immigrants
American Journal of Psychiatry, 2007

ObjectiveA high incidence of psychotic disorders has been reported in immigrant ethnic groups in Western Europe. Some studies suggest that ethnic density may influence the incidence of schizophrenia. The authors investigated whether this increased incidence among immigrants depends on the ethnic density of the neighborhoods in which they live. MethodThis was a prospective first-contact incidence study of psychotic disorders in The Hague, by ethnicity and neighborhood of residence. Over a 7-year period, individuals who made contact with a physician for a suspected psychotic disorder underwent diagnostic interviews and received DSM-IV diagnoses. A comprehensive municipal registration system provided the denominator for incidence rates. Data were sufficient to examine incidence rates in native Dutch and in first- and second-generation immigrants from Morocco, Suriname, and Turkey. The ethnic density of a neighborhood was computed for each immigrant group as the proportion of residents belonging to that group. Multilevel regression analyses predicted the incidence of psychotic disorders as a function of individual ethnicity and neighborhood ethnic density. Models were fitted for all immigrants together and for each immigrant group separately. ResultsA total of 226 native Dutch and 240 immigrants were diagnosed as having a psychotic disorder. Compared with native Dutch, the adjusted incidence rate ratio for immigrants was significantly increased in low-ethnic-density neighborhoods (2.36) but not in high-ethnic-density neighborhoods (1.25). There was a strong interaction between individual ethnicity and neighborhood ethnic density as predictors of incidence of illness. These findings were consistent across all immigrant groups. ConclusionsThe incidence of psychotic disorders was elevated most significantly among immigrants living in neighborhoods where their own ethnic group comprised a small proportion of the population.